Kinderen over verkeersgedrag ouders: ‘Ik houd mijn mond maar’

10 december 2018

Ja, kinderen kennen de gevaren in het verkeer. Ze weten dat ze hun aandacht op de weg moeten richten en op de medeweggebruikers. Maar als je hen vraagt of er straf moet staan op het gebruik van de smartphone tijdens het fietsen, komen de eerste aarzelingen. Want is dat nu wel zo erg? Ze zien hun ouders immers ook appen terwijl ze achter het stuur van de auto zitten.

Al die meningen en gevoelens komen op tafel als vrijwilliger Jan de Jong namens Veilig Verkeer Nederland een verkeersles verzorgt voor de groepen 7 en 8 van de Johannes Postschool in Sneek. Docente Rennie Wierda heeft haar leerlingen voorbereid op deze les. De meeste kinderen hebben hun fiets al laten keuren. Vandaag inspireert Jan de Jong hen om eens goed na te denken over alle afleidingen die er op ze af komen als ze dagelijks van en naar school fietsen.
Want dat is de praktijk in deze Sneker woonwijk: het verkeer is er niet dusdanig druk dat de leerlingen in de hoogste klassen van de basisschool niet zelfstandig van en naar school kunnen komen. Het idee alleen al dat ze nog gehaald en gebracht moeten worden stuit op een misprijzende reactie. Natuurlijk fietsen ze zelf.
 

De smartphone

Met aanstekelijk enthousiasme speelt Jan de Jong in op het zelfbewustzijn van de leerlingen. De oud-directeur van een fietsenfabriek in Heerenveen heeft geen onderwijservaring, maar staat als vrijwilliger bij Veilig Verkeer Nederland gemiddeld twee keer per week voor de klas. ‘Jullie staan aan het begin van een fantastische reis door de wereld. Je weet nog niet wat je daarin gaat meemaken, maar als je wilt ga je komen waar je wilt zijn’, zo belooft hij hen.
En met de smartphone illustreert hij die toekomst. Waar ouderen de moderne telefoon nog ervaren als een bijzondere innovatie, is het apparaat voor kinderen een synoniem voor het begrip telefoneren. Bellen, appen, muziek luisteren, filmpjes op YouTube en nieuwtjes op Facebook bekijken: het vormt voor hen één geheel en het zijn activiteiten die je het liefst de hele dag doet. Al zijn er in deze klas ook kinderen die niet over een smartphone beschikken of hun mobiel best thuis kunnen laten als ze naar school gaan. En er zijn kinderen die de smartphone bewust op “stil” zetten als ze op de fiets stappen. Maar zij vormen de uitzonderingen.
‘Het probleem is dat we de smartphone wel kunnen bedienen, maar dat we hem niet altijd goed gebruiken’, zo houdt De Jong de kinderen voor. 
 

Afleiding is gevaarlijk

De gastdocent laat enkele leerlingen hun reactievermogen testen met een eenvoudige oefening. Hij laat een pen los boven hun geopende hand en die moeten ze zien te grijpen. Hoe gaat hen dat in het verkeer af?
‘Ik ben een keer keihard tegen een auto gebotst toen ik niet op tijd kon remmen’, vertelt een jongen.
Maar waarom zag hij die auto niet?
‘Omdat ik ergens anders aan zat te denken.’
Een andere leerling, met een soortgelijke ervaring, biecht eerlijk op dat hij een klasgenootje wilde inhalen. ‘Toen dat gelukt was, keek ik om en daardoor zag ik die auto niet.’
‘Je neemt niet alles waar wat je ziet’, zegt Jan de Jong. Afleiding is gevaarlijk. Hij laat kinderen van stap tot stap vertellen wat ervoor nodig is om op de fiets een appje te lezen: mobiel pakken, code intoetsen, bericht openen en lezen. ‘Je bent zo drie tot zes seconden bezig. Op de fiets ben je dan vijftien tot dertig meter verder. Stel je voor dat je die afstand met een blinddoek voor moet afleggen. Wat kan er dan allemaal niet gebeuren? In de auto ben je dan bijna honderd meter verder en op de snelweg wel tweehonderd tot 250 meter.’
 

Focus

Jan de Jong toont de kinderen hoe moeilijk het is om twee dingen tegelijk te doen. Hij laat een meisje tegelijkertijd het ene sinterklaasliedje zingen en het andere opschrijven. Dat lukt haar dus niet. ‘Veel mensen denken dat ze dit wel kunnen, maar onze hersenen kunnen het echt niet’, benadrukt hij.

Zoals het ook moeilijk is om dingen te zien waar je niet direct naar zoekt, zegt hij. Op het blackboard laat hij het bekende filmpje ('Monkey business') zien waarin twee drietallen speelsters een basketbal naar elkaar overgooien. Hij vraagt hen het aantal keren te tellen dat de speelsters in het witte tenue de bal passen. Tijdens het spel loopt een figuur in een apenpak door het beeld. Ruim de helft van de kinderen merkt die aap niet op. De mensen die hem wel zien, tellen niet goed. Dat is het vreemde met aandacht en waarneming: je focust op één ding, in dit geval het tellen, en neemt andere zaken minder of zelfs helemaal niet waar.
Na een uurtje verkeersles wordt het geleidelijk wat onrustiger in de klas. Jan de Jong weet de aandacht echter weer terug te krijgen. Hij laat het beklemmende filmpje zien over Tommy-Boy, waarin een vader vertelt hoe zijn zoon is verongelukt terwijl hij op de fiets druk in de weer was met de muziek op zijn smartphone.

De kinderen maken een afsprakenlijst en ondertekenen die. Eerst afstappen als je wilt appen. De telefoon op stil tijdens het fietsen. Eén in plaats van twee oortjes in als je onderweg naar muziek luistert. Daar zijn ze het bijna allemaal wel over eens.
Jan de Jong beëindigt zijn les in een vrolijke sfeer. Zijn eigen samengestelde filmpje over tal van mensen die, turend op hun smartphone, in het water vallen of over hekjes struikelen valt in goede aarde. Het kan jezelf ook overkomen, weten de kinderen. Maar daarom mag je er natuurlijk wel even om lachen. De boodschap ‘veilig over straat’ lijkt goed te zijn overgekomen.